Lees hier het laatste reisverslag.
Bekijk hier de eerstvolgende studiereis!
2015-09-25 09.54.38

Van 23 tot en met 26 september organiseerde Meuse Urban Field Trips een werkbezoek naar Glasgow.

De dichtstbevolkte stedelijke regio van Schotland laat een opvallende gelijkenis zien met de oude mijnbouwgebieden in Nederland en Vlaanderen. Tussen Edinburgh en Glasgow strekt zich een voormalig mijnbouwgebied uit van zo’n 50 kilometer. Maar Glasgow is veel meer dan mijnbouwgebied in ruste. Een samenloop van omstandigheden zorgde ervoor dat Glasgow zich in de 19e eeuw ontwikkelde tot tweede stad van het Britse wereldrijk.

Grandeur
Eigenlijk is Glasgow een stad waar je geweest moet zijn. James Watt komt er namelijk vandaan. Watt vond de stoommachine uit en zette Europa letterlijk in beweging. Dankzij zijn stoommachine werd Glasgow de werkplaats van Europa met een gigantische scheepsbouwsector en misschien belangrijker: het productiehuis van duizenden locomotieven die afstanden in het Verenigd Koninkrijk en later ook in de VS decimeerden. De moderniteit begon dus in Glasgow. Wie anno 2015 in Glasgow op bezoek gaat, valt in eerste instantie de grandeur op. Een stad die model heeft gestaan voor Amerikaanse steden met haar gridvormig stratenpatroon, massieve, neoklassieke architectuur en cultuurpaleizen die een verhaal vertellen over een groots verleden. Meest opvallend: alles is groot, groter, grootst.
Het is waar: zo’n beetje elke stad in het VK claimt de eerste industriestad te zijn, maar de industriële revolutie begon toch zeker in Glasgow. Maar wat heb je aan het predicaat ‘eerste industriestad’ als die voorsprong in de loop van de 20e eeuw omslaat in een achterstand, en Glasgow voor de buitenwereld synoniem ging staan voor werkloosheid, geweld, alcoholmisbruik en andere sociale ellende? Wat hadden de Glaswegians eraan de werkplaats van de wereld te zijn, als die geen werk meer genereert?

Nieuw elan
Maar juist oude fundamenten van de stad blijken een vruchtbare bodem voor nieuwe ontwikkelingen. Sinds het begin van het nieuwe millennium laat de stad aan de River Clyde een opmerkelijk herstel zien. Dat was niet mogelijk geweest zonder intensieve samenwerking tussen de overheid, de academische wereld en het bedrijfsleven en een duidelijke focus op drie kernsectoren: life-sciences, windenergie en maritiem-technische sector. Life-sciences is een relatief jonge, maar een veelbelovende sector. Een belangrijke ontwikkeling is het gepersonifieerde medicijnonderzoek, dat dankzij de samenwerking tussen de Amerikaanse farmaceut Thermo Fischer, National Health Service Scotland (NHS) en de University of Glasgow een impuls kreeg. Zij weten handig in te spelen op de centralisering van medische dossiers door de NHS. De centraal ontsloten patiëntendossiers bieden een compleet inzicht in de gezondheidssituatie van honderdduizenden Schotten over een langere periode. Die grote databerg biedt een schat aan informatie die nodig is voor DNA-onderzoek voor de ontwikkeling van ‘stratified medicines’ (gepersonifieerde medicijnen), bijvoorbeeld voor de behandeling van kanker. Dat is nodig, want in de prakrijk sorteert maar 1 op de 5 medicijnen het gewenste effect. In de onderzoeksfaciliteiten van SMS-IC, een joint venture van bovengenoemde organisaties, wordt de werking van medicijnen gekoppeld aan bepaalde genetische patronen. Het doel: de faalfactor decimeren.
Een vierde sector waarin Glasgow excelleert is de creatieve sector. De Glasgow School of Art die huist in een gebouw van de beroemde Glaswegian architect Rennie Mackintosh, levert niet alleen invloedrijke designers af, maar bewees zichzelf afgelopen decennia als een broedplaats van muziektalent. Vele invloedrijke bands als Franz Ferdinand en Belle & Sebastian vonden op de Glasgow School of Arts hun oorsprong en werden onofficiële ambassadeurs van de stad aan de Clyde.

Stad een stigma, stad met gaten
Glasgow zet grote stappen op economisch gebied en hanteert daarbij een duidelijke focus. Geen negen topsectoren, maar drie centrale aandachtsgebieden. Daarnaast investeren de Schotten veel in hoger onderwijs en is de bevolking dientengevolge relatief hoog opgeleid in vergelijking met bijvoorbeeld de Engelsen. Maar niet iedereen profiteert van de economische opleving. Glasgows East End is een van de meest deprived neighbourhoods van het Verenigd Koninkrijk. Hoe verder je naar het oosten gaat, hoe lager de levensverwachting is. Dat heeft te maken met slechte eetgewoonten, drankzucht en andere ellende die voortkomt uit werkloosheid, soms generaties lang. Hoe Glasgow deze complexe sociale problematiek aanpakt, is een verhaal dat zich leent voor een volgende studiereis. Tijdens deze studiereis hebben we vooral gekeken naar de vraag hoe je de buurt revitaliseert en daarvoor zet de gemeente in op het aantrekken van nieuwe groepen bewoners. Dat is geen sinecure: East End is niet alleen sociaal-economisch in verval geraakt; ook in ruimtelijke zin is East End een stad met ‘gaten’. Enorme vlaktes wasteland liggen er verlaten bij. Dientengevolge zit er weinig tot geen verband in East End. Maar misschien nog wel het grootste probleem is het stigma dat op deze kant van de stad rust, waardoor het heel moeilijk is nieuwe bewoners naar East End te trekken, laat staan investeerders.

Nieuwe start met atletendorp
Een list moest worden verzonnen om nieuwe investeerders voor het ‘wilde oosten’ te interesseren. De komst van de Commonwealth Games naar Glasgow kwam daarom als geroepen. In plaats van de games te situeren op een tot de verbeeldingsprekende locatie langs de Clyde, werd voor East End gekozen. Bij die spelen hoorde een spelersaccommodatie – de Commonwealth Games Athletes’ Village – voor circa 600 atleten. De gemeente stelde een lap grond beschikbaar aan de far end van East End, liet een aantal verdwaalde woontorens uit de jaren ’60 slopen en saneerde de grond waar industrieën vervuiling hadden achtergelaten. Een consortium van drie bouwbedrijven – City Legacy – wilde het spelersdorp graag bouwen op voorwaarde van een afnamegarantie van 300 huizen door de gemeente, die ze als sociale huurwoningen zou exploiteren. De resterende 300 huizen ontwikkelde City Legacy voor eigen rekening en risico, in de overtuiging dat de woningen na de games op de vrije markt afzetbaar zijn voor gezinnen die de sprong naar East End durven te wagen. En zo geschiedde. In september 2015 is inmiddels 90 procent van de eengezinswoningen en enkele kleinschalige appartementengebouwen verkocht. Of het enkel de Commonwealth Games en daarmee gepaard gaande positieve media-aandacht was, of de riante subsidieregeling bouwconsortium en bewoners uiteindelijk over de streep heeft getrokken: feit is dat City Legacy in de Athletes’ Village kwalitatief goede woningen neerzetten in een veilige suburbane omgeving, voor nog niet de helft van de prijs van een vergelijkbare woning in West End.

What makes Glasgow great?
Die negatieve beeldvorming was niet alleen op East End, maar feitelijk op heel Glasgow van toepassing. En beeldvorming is hardnekkig, zeker als het op de werkelijkheid gestoeld is. Glasgow kan nog zulke vorderingen maken: negatieve aspecten blijven in de perceptie van mensen over de stad domineren. In de jaren ’90 werd Glasgow in de media afgeschilderd als de hel op aarde, als ‘stab city’ (steek-stad), als klamme, kille, koude metropool. Kortom: een verdorven oord aan de rand van de aarde. Anno 2015 is Glasgow is nog steeds geen Edinburgh of Maastricht, maar het is wel een stad die bruist, waar cultuur vandaan komt, een stad bovendien met een roemrucht verleden, een stad waar in het weekend prijsvechters uit IJsland landden om in stijl te shoppen (in Bunchanam street) wat in Reykjavik niet kan. Om ook de beeldvorming over de stad te keren, werd in 2005 een zelfstandig marketingbureau opgericht, dat verantwoordelijk was voor de campagnes ‘Scotland with Style’ en het recente ‘People make Glasgow’. Vooral de totstandkoming van die laatste campagne is interessant. Tom Rice, directeur van het marketingbureau, gunde tijdens de studiereis een kijkje achter de schermen van de campagne. People make Glasgow mag dan als een open deur klinken, het is wel een gedragen en gedeelde waarde. Voor de totstandkoming werden in zes weken tijd 1500 mensen uit 42 landen gevraagd antwoord te geven op de vraag ‘What makes Glasgow great?’. Het bedrijfsleven werd dezelfde vraag voorgelegd. In de antwoorden kwam telkens één kenmerk naar voren waarop Glasgow zich onderscheidt: de mensen. Een campagne was geboren: People make Glasgow. En het is waar: rijk of arm, tanden of geen tanden in de mond: Glaswegians zijn geweldige mensen en dragen hun stad met verve uit.

 

 

2015-09-24 11.57.58 2015-09-25 16.35.41

Close